Ik was altijd maar aan het wachten tot die ene dag waarop ik mij eindelijk ‘klaar’ zou voelen om te herstellen van mijn eetstoornis. Klaar om er écht voor te gaan. Alleen kwam die dag niet. Integendeel, ik zakte steeds dieper en dieper weg.

Tot ik besefte dat die dag nooit ging komen en dat er geen ‘juist’ moment is. Bijkomen in gewicht leek eng, terug een voet zetten in de ‘échte’ wereld, de realiteit, leek eng, mijn identiteit als anorexiapatiënte verliezen, leek eng (want wat zou er dan nog overblijven van mij? Wie zou ik zijn zonder deze vernietigende, maar op dat moment enige, houvast?). Maar de gedachte om mijn hele leven gevangen te zitten in mijn eetstoornis, leek nog veel enger. ‘Ik kan altijd nog terug’, dacht ik, ‘als het te eng wordt, ga ik gewoon terug naar waar ik was’. Maar gelukkig ben ik niet meer moeten terugkeren, en ik wil met jullie graag delen welke inzichten mij hebben geholpen om te komen waar ik nu sta.

Veel draaide bij mij rond controle. En het los laten van die controle, was misschien wel het moeilijkste waar ik ooit al mee geconfronteerd ben geweest. Maar eigenlijk had ik helemaal niks onder controle, integendeel, het was de eetstoornis die alles onder controle had. Mijn eetstoornis kon mij goed voorliegen en uitte zich onder andere als een stemmetje in mijn hoofd, dat zei dat ik minderwaardig was, dat ik beter mijn best moest doe. Niks was goed genoeg. Maar zolang ik mijn eetstoornis had, zou alles oké zijn…

Wat voor mij de sleutel tot herstel is geweest, is niet om mijn eetstoornis als mijn vijand zien, is niet vechten tegen de negatieve gedachten in mijn hoofd. Het klinkt misschien op het eerste gezicht wat vreemd, aangezien een veel gehoorde zin in de wereld van mentale stoornissen, ‘blijf vechten’, is,  maar ik heb geleerd om die ’eetstoornisgedachten’ te accepteren, om er vrede mee te nemen. Door geen oorlog te voeren tegen mijn gedachten maar ze op de achtergrond er gewoon te laten zijn, kon ik mijn energie opnieuw in nuttige dingen steken, zoals het zorgen voor mijzelf. Hoe harder je je gedachten gaat willen negeren, hoe indringender ze zijn. Het inzicht dat gedachten gewoon gedachten zijn en ik mij niet hoef te identificeren met die gedachten, is voor mij echt een doorbrekend inzicht geweest. Ik ben niet waardeloos, ik heb de gedachte dat ik waardeloos ben. Ik ben niet onzeker, ik heb de gedachte dat ik onzeker ben. En die gedachten hoeven mij niet te bepalen. Die mogen er zelfs zijn en ik kan ze observeren, maar ik val er niet mee samen.

Wat mij ook heeft geholpen, is om milder te zijn voor mijzelf. In plaats van boos te zijn op mijzelf voor het feit dat ik het zo ver had laten komen, maar ook boos voor het feit dat ik niet meer gehoorzaamde aan wat mijn eetstoornis mij opdroeg, leerde ik om trots op mijzelf te zijn. Trots dat ik de uitdaging aanging, ook al ging dit met evenveel ups als downs en evenveel stapjes achteruit als vooruit. En ook het leren om minder streng te zijn voor jezelf, is een proces, ook hierin moet je groeien, maar ik ben er zeker van dat iedereen dit in zich heeft.

En tot slot: durf alsjeblieft hulp vragen aan anderen… Soms is de wereld een plaats die voor anderen zo simpel lijkt terwijl we onszelf in bochten lijken te moeten wringen om ons er in rond te bewegen. Dan lijkt de wereld misschien nog steeds een mooie plek, maar maakt het leven het ons moeilijk te kunnen genieten van dat mooie, ook al weten we wel dat er dat is. Dus als je dan even iemand nodig hebt die je dat extra zetje kan geven, als je iemand nodig hebt die je gewoon even zegt “Je mag geloven in jezelf, want ik geloof in jou”, als je iemand nodig hebt die gewoon even een hart onder de riem steekt, vraag het dan. Dat is zo belangrijk. Want je bent het waard. Je bent het waard om graag gezien te worden.

Gastblog van Lies