Oorzaken

Wat zijn mogelijke oorzaken van eetstoornissen? 
En wat is de invloed van sociale media, pesterijen, genetica of andere factoren op het ontstaan van eetstoornissen?

Het eenvoudige antwoord is dat eetstoornissen geen simpele oorzaken hebben. Het gaat altijd om een multifactoriële bepaaldheid, of met andere woorden: het gaat altijd om een samenspel van verschillende factoren. Hieronder vertellen we meer over wat die factoren kunnen zijn.  
Voor elke persoon zal de combinatie er een beetje anders uitzien. Misschien weegt de biologische factor bij de ene meer door, en zijn het bij een ander juist de omgevingsfactoren of psychologische factoren die harder doorwegen. 

Biologie en genen.
Onderzoek wijst uit dat er mogelijke biologische en genetische factoren zijn die het risico verhogen. Zo weten we dat anorexia vaker voorkomt wanneer iemand in de (dichte) familie met gelijkaardige moeilijkheden heeft geworsteld, vb. een moeder, tante of broer. Ook wordt verondersteld dat er een onderliggende, genetische kwetsbaarheid kan bestaan voor het ontwikkelen van psychische problemen in het algemeen. Dat betekent dat in families vaker verschillende vormen van psychische problemen voorkomen, dus niet enkel eetstoornissen. 

Omgevingsfactoren.
Psychologen en antropologen veronderstellen dat leven in een cultuur waar veel nadruk ligt op slankheid en schoonheid ook je risico verhoogt. Blootgesteld worden aan beelden van slanke mensen kan triggerend zijn en het zelfvertrouwen van mensen ondermijnen, maar deze impact is vooral groot bij mensen die al onzeker en zelfkritisch zijn. Daarnaast horen we vaak hoe mensen erg aan zichzelf beginnen te twijfelen na het horen van kwetsende opmerkingen, het meemaken van pesterijen of het meemaken van traumatische ervaringen (verwaarlozing, mishandeling of misbruik). Deze kwetsuren kunnen iemand heel onzeker maken. Het kan een proces op gang brengen waarbij je probeert om minder op te vallen of om meer te gaan lijken op wat als ‘ideaal’ gezien wordt. 

Persoonlijkheidsfactoren.
Het kan zijn dat je tijdens het opgroeien bepaalde persoonlijkheidstrekken hebt ontwikkeld, zoals eerder angstig of perfectionistisch zijn. Die trekken maken je ook kwetsbaarder voor het ontwikkelen van een eetstoornis. Wanneer je jezelf identificeert als een vrouw, dan is de kans groter dat je een eetstoornis ontwikkelt dan wanneer je jezelf identificeert als een man. Toch kunnen ook mannen eetstoornissen ontwikkelen. Bij anorexia en boulimia zien we een verhouding van 9 vrouwen tegenover 1 man; bij de eetbuistoornis is de verhouding 6 vrouwen tegenover 4 mannen.

Psychologische factoren. Bij personen met een eetstoornis staat de overtuiging op de voorgrond dat het nodig is om controle te houden over gewicht, lichaamsvorm en voeding. Zij zijn vaak erg streng voor zichzelf, op een zelf-destructieve manier. Dit noemen we ook wel ‘zelfkritisch perfectionisme’. Je kan dan bijvoorbeeld zo kwaad worden op jezelf omdat je niet aan de eisen voldoet, dat je jezelf volledig de grond inboort of niets meer waard vindt. Vanuit die minderwaardigheid hebben mensen soms het gevoel dat ze geen recht hebben op ontspanning of leuke vrienden, of zelfs op iets essentieel als eten en slaap. 

Mensen met een restrictieve vorm van eetstoornis ervaren vaker een eerder fixed (rigidere) en detail-gefocuste manier van denken. Dit maakt het soms moeilijk om verschillende opties naast elkaar te overwegen, omdat er al één vast idee is en daar wordt nog moeilijk van afgeweken. We noemen dit ook wel eens zwart-wit-denken: iets is goed, of iets is fout, maar er is nog weinig ruimte voor nuancering. Het komt vaak voor dat zij naast de eetstoornis nog andere moeilijkheden ervaren, zoals vb. stemmingsproblemen zoals depressie of angstklachten zoals sociale angst, faalangst of dwangstoornis. 

Het gedrag bij eetstoornissen is slechts het topje van de ijsberg.

Bij mensen met een vorm van eetstoornis met controleverlies (eetbuien, met al dan niet compensatiegedrag nadien) merken we eerder een zoeken naar aantrekkelijke prikkels of het aangetrokken worden door eten. Dit heet in de psychologie ‘behavioral activation system’ of simpelweg ’toenaderingsgedrag’. Daarnaast werkt de interne rem (‘effortful control’) minder sterk, waardoor je minder goed aan verleidingen kan weerstaan. Aan de ene kant merk je dus dat je ‘goesting in eten’ stevig op de gas kan gaan staan, terwijl je rem die je zou moeten tegenhouden eigenlijk minder goed werkt. Hierdoor ervaren mensen met een eetstoornis regelmatig ‘controleverlies’, wat op zich weer koren op de molen is voor het zelfkritisch perfectionisme.