Enkele mythes ontkracht – deel 2

Ik kan pas opgenomen worden als ik ondergewicht heb.
Niet waar. Het gewicht bepaalt niet de ernst van iemands eetprobleem. Sterker nog, met een te laag gewicht zou het kunnen dat je eerst opgenomen moet worden in een algemeen (medisch) ziekenhuis, voordat je naar een eetstoornisafdeling kan gaan. Het kan nodig zijn om eerst te zorgen dat je lichamelijk sterk genoeg bent, voor je aan een behandeling kan beginnen voor de eetstoornis. Andere redenen om mensen op te nemen zijn vb. frequent purgeren (braken, laxeren,…), ernstige angsten of depressieve gedachten die het normale functioneren belemmeren, grote spanningen in de thuissituatie,…

Mijn eetprobleem is over als ik weer een normaal gewicht heb gekregen.
Niet per sé. Ondergewicht is een symptoom of een kenmerk van een eetprobleem, in dit geval anorexia nervosa. En ook al is het symptoom weggenomen, wil dat nog niet zeggen dat de oorzaak overwonnen is. Een eetprobleem zit ook heel sterk in je denken en voelen verweven. Het gedrag rondom eten is een uitingsvorm ervan en dus een symptoom. Het probleem wat veel mensen ervaren is helaas dat hun omgeving denkt, na gewichtstoename, dat het eetprobleem genezen is. Daardoor kan iemand zich nog minder begrepen voelen dan wanneer er nog sprake was van ondergewicht. Mensen zien een hersteld lichaam en denken dan te snel dat je ook psychisch helemaal hersteld bent.

Anorexia gaat automatisch over in boulimia.
Niet waar. Hoewel ongeveer 50% van de mensen met boulimia nervosa eerst een periode van anorexia nervosa doormaakte, blijkt dit niet voor iedereen zo te lopen. Met de juiste hulp gaat anorexia niet over in boulimia. Wat wel vaak gebeurt, is dat wanneer het ondergewicht bestreden is maar het eetprobleem niet, en er daarna geen goede nazorg (therapie en voedingsdeskundige begeleiding) geboden wordt, iemand zichzelf ‘verliest’ in boulimia.
Het eetprobleem bestaat immers nog en zoekt nu een andere weg om zich te uiten. Soms gebeurt dit in de vorm van eetbuien, maar het kan zich ook op andere manieren uiten, zoals in een depressie, verslaving, zelfverwondend gedrag,…).
Na een periode van vasten, onregelmatig of eenzijdig eten, weet iemand vaak niet meer hoe het voelt om honger te hebben of verzadigd te zijn. Daarom is het belangrijk dat je opnieuw leert hoe normaal met eten om te gaan en wat gepaste hoeveelheden zijn. En dat je op zoek gaat naar de betekenis van de moeilijkheden die je ervaart: waar hebben die mee te maken, wat heb je nodig om te herstellen, waarom is het eten zo’n belangrijke fixatie geworden,…?

Iemand met anorexia is ‘beter’ dan iemand met boulimia nervosa of eetbuistoornis (binge eating disorder of BED).
Natuurlijk is dat niet waar. Anorexia, boulimia en BED zijn drie variaties op hetzelfde thema. De één uit zich in niet of te weinig eten, de ander in eten, braken of ander compenserend gedrag. Veel mensen met boulimia zijn geneigd zichzelf als slechter of zwakker te ervaren dan iemand met anorexia, vanuit een soort jaloezie op het restrictief kunnen omgaan met eten. Eender welke eetstoornis je hebt, het kost je ontzettend veel krachten, doorzettingsvermogen en moed om vol te houden. Juist deze waardevolle eigenschappen zijn heel goed te gebruiken om de eetstoornis te overwinnen.

Als ik niet braak dan heb ik vast geen boulimia…
Niet waar. Boulimia kent vele verschijningsvormen. Braken hoeft er niet per sé bij te horen om toch boulimia nervosa te kunnen hebben. Wél zullen mensen met boulimia nervosa de eetbuien compenseren via hun gedrag. Dat kan braken zijn, maar net zo goed komt het voor dat mensen veel bewegen, periodes van vasten of weinig eten hebben, laxeren, enz.

Als ik geen grote vreetbuien heb dan heb ik vast geen boulimia…
Niet waar. Sommige mensen met boulimia nervosa hebben met periodes grote eetbuien en andere periodes niet. Sommige mensen merken dat ze juist de hele dag door eten in hun mond stoppen, waardoor ze in totaal veel meer eten dan wat past bij wat ze nodig hebben aan energie. Sommige mensen hebben eetbuien met ‘verboden voedsel’ (waar ze van vinden dat het ‘niet gepast is’ om te eten), terwijl anderen eetbuien kunnen hebben met eender welk voedsel dat in huis is, of juist met wat we doorgaans als heel gezond voedsel zien (vb. druiven, appels, peren,…). Dit kan allemaal net zo frustrerend en moeilijk aanvoelen. We kijken dus best naar het gevoel dat met de eetbui gepaard gaat, en niet enkel naar de hoeveelheden.

Als ik wel eetbuien heb, maar niet compenseer door braken, bewegen of vasten dan heb ik geen boulimia…
Waar. Dan heb je geen boulimia maar een eetbuistoornis, of Binge Eating Disorder (BED). Dit is ook een eetstoornis. Even serieus te nemen en net zo ernstig als boulimia en anorexia nervosa. Ook als je je hierin herkent, kan het zinvol zijn om hulp in te schakelen!

Samengesteld door Els Verheyen, voorzitter ANBN