Behandeling: hoe begin je daar aan?

Hoe begin je eraan? En wat is het eigenlijk precies? Wat staat je te wachten als je de drempel van een therapeut overgaat en plaatsneemt in de therapieruimte? Daar wil deze tekst een beetje licht op werpen.

Mensen met een eetstoornis vinden hun ziekte vaak niet ernstig genoeg om geholpen te worden. Vaak ook is het de omgeving die als eerste aangeeft dat er problemen zijn en dat er iets moet veranderen.

Toch voelen ook mensen met een eetstoornis wel dat het leven niet meer zo vreugdevol is en dat de eetstoornis te veel tijd en energie in beslag neemt. Het lijkt alsof je geleefd wordt door je eetstoornis en het is moeilijk om daar verandering in te brengen.

Als je dan toch op zoek gaat naar hulp, hoe moet dat dan?

Bij ANBN kan je terecht voor adressen van hulpverleners (voedingsdeskundigen, psychotherapeuten, psychologen, psychiaters gespecialiseerd in eetproblematieken) in jouw omgeving. Mail naar info@anbn.be.

Daarnaast kan je natuurlijk ook via je huisarts vragen om een doorverwijzing, of zelf een Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) contacteren. Het voordeel van een CGG is dat dit een gesubsidieerde dienst is, waardoor je minder betaalt.

Op internet kan je ook contactgegevens terugvinden van psychologen of psychotherapeuten:
Psychologen http://www.vind-een-psycholoog.be of Vlaamse Vereniging Klinisch Psychologen (niet elke psycholoog is hierbij aangesloten)
Therapeuten http://www.vindeentherapeut.be/ 
of via de Psychologencommissie.

Wie als klinisch psycholoog wil werken, moet zich laten erkennen en registreren. Er wordt gecontroleerd of de psycholoog over de vereiste diploma’s en opleiding beschikt. Hij is ook gebonden door een deontologische code. Dit betekent voor cliënten dat je recht hebt op geheimhouding en op een zorgvuldige bejegening.

Wat is het verschil?

Klinische psychologen en psychotherapeuten

Klinische psychologen en psychotherapeuten onderzoeken en behandelen mensen met psychologische moeilijkheden of psychologische stoornissen. Zij kunnen een gespecialiseerde training (bv. psychotherapie) gevolgd hebben bovenop hun (psychologie-)diploma, en zich richten naar een specifiek publiek (bv. kinderen of jongeren) of stoornissen (bv. angst, depressie of eetstoornissen).
Het beroep van klinisch psycholoog is door de wet beschermd. Je mag deze titel enkel gebruiken als je ook echt de opleiding psychologie gevolgd hebt. Bovendien moeten psychologen een erkenningsnummer aanvragen bij de Psychologencommissie en over een visum beschikken van de federale overheid.

Het beroep van psychotherapeut is jammer genoeg nog steeds wettelijk niet goed geregeld. De onderhandelingen over een wetsvoorstel zijn aan de gang.

Via je mutualiteit kan je momenteel al een gedeeltelijke terugbetaling aanvragen.

Daarnaast wordt momenteel gezocht naar manieren om eerstelijnspsychologische zorg of meer gespecialiseerde zorg aan te bieden aan voordeliger tarief (11 euro). Het is op dit moment (september 2021) nog onduidelijk of personen met een eetstoornis hier beroep op zullen kunnen doen en onder welke voorwaarden. Meer informatie over de nieuwe convenant kan je nalezen op de website van het Riziv.

Psychiaters

Psychiaters hebben een basisopleiding gevolgd in de geneeskunde. Daarna hebben zij een bijkomende specialisatie-opleiding psychiatrie gevolgd. Door hun basisopleiding geneeskunde mogen psychiaters medicatie voorschrijven als (ondersteuning van) behandeling en een psychiatrisch consult wordt door de mutualiteit ook gedeeltelijk terugbetaald.

Op gesprek…

Het intakegesprek
Het eerste contact verloopt doorgaans via de telefoon of per mail. Er wordt een afspraak gemaakt voor een eerste gesprek, het intakegesprek.

In dit intakegesprek zal de behandelaar enkele praktische aspecten verduidelijken zoals de kostprijs, het beroepsgeheim, het verloop van een behandeling, de manier van werken (vanuit welk perspectief: psychoanalytisch, cliëntgericht, oplossingsgericht, systeemgericht of gedragstherapeutisch) en wie er al dan niet betrokken zal worden bij de behandeling. In een centrum kunnen bijvoorbeeld psycholoog, psychiater, voedingsdeskundige etc. samenwerken, maar het kan ook zijn dat er een samenwerking zal komen met je huisarts, die dan de medische kant van de zaak opvolgt. Daarnaast krijg je de kans om bondig weer te geven hoe je je probleem ervaart, wat je zou willen bereiken in therapie en wat je van de therapie verwacht.
Verder is het ook mogelijk dat een behandelaar reeds in het begin duidelijk zal stellen waar zijn grenzen liggen. Als je gewicht kritisch is, kan een opname noodzakelijk zijn omdat therapie bij ernstig ondergewicht onvoldoende impact heeft. Je gevoelens zijn immers zo vervlakt en je hebt te weinig energie om de intensieve therapie te kunnen volgen. Dit soort afspraken wordt ook gemaakt om de cliënt extra aan te moedigen om de therapie zelf in handen te nemen en te werken aan de eigen genezing.

Na dit intakegesprek krijgen zowel jij als de behandelaar tijd om te beslissen of jullie samen verder willen. Therapeuten hebben allemaal hun eigen stijl van werken: in dit eerste gesprek kan je ermee kennis maken en vaak voel je of het klikt of niet. Soms kan het enige sessies duren vooraleer je merkt dat de therapie je toch niet ligt, of dat het niet klikt met de therapeut. Het is belangrijk om dit dan in de behandeling te bespreken en te zoeken naar een oplossing. Soms kan dit een doorverwijzing naar een collega zijn, soms kan het betekenen dat een aantal dingen eerst uitgepraat moeten worden, vooraleer jullie samen toch verder kunnen.

Aarzel niet om je ongemakkelijke gevoelens te bespreken: als ze onbesproken blijven, worden ze een hinderpaal en zal de therapie ook niet goed verlopen. Het is belangrijk om voldoende vertrouwen te hebben of om je toch minstens voldoende gerust te voelen om stappen te zetten om vertrouwen te krijgen in je hulpverlener.

Verder verloop

Belangrijk is om te onthouden dat het onmogelijk is om op voorhand te zeggen hoelang een therapie zal duren. De eerste effecten zullen zich doorgaans pas na de eerste 3 maanden laten merken. Die tijd is nodig om een voldoende sterke vertrouwensband op te bouwen vooraleer het probleem in al zijn facetten besproken kan worden.

Het verdere verloop is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de ernst van je eetstoornis/-probleem. Zo is uit onderzoek gebleken dat er meer kans is om volledig te genezen bij jongeren die nog niet zolang een eetstoornis hebben. Snel ingrijpen is dus ook met het zicht op herstel aangewezen!

Daarnaast heeft ook de manier van werken een invloed. Er zijn verschillende scholen binnen de psychologie, met elk hun eigen werkzame ingrediënten. Vraag tijdens het intakegesprek of reeds bij het eerste telefonische gesprek hoe de psycholoog werkt.

Je kan voor jezelf eens nagaan wat je van de behandeling verwacht: vb. een gedragsmatige aanpak of eerder een zoektocht naar de onderliggende oorzaken van je probleem? Hieronder vind je een grove en wat stereotype opdeling in een paar grote therapiestromingen.

(Cognitieve) gedragstherapeuten werken vooral op het gebied van gedragsaanpak. Probleemgedragingen zijn verworven en worden in stand gehouden door bepaalde leerprincipes. Ze kunnen ook afgeleerd worden. Daarnaast worden niet-helpende gedachten uitgedaagd, of word je uitgenodigd om te oefenen met meer helpende gedachten.

De cliëntgerichte manier van werken kijkt vooral naar de belevingen van en betekenissen voor de cliënt. Deze richting gaat ervan uit dat mensen vastzitten in hun groeiproces en wil dus ook zoeken hoe de blokkades kunnen opgeheven worden. Het lichamelijk ervaren staat vaak centraal.

De psychoanalyse zoekt via de methode ‘vrije associatie’(1) naar betekenissen van huidig gedrag. Waarvoor heb je dit nodig? Welke (interne) conflicten hebben aanleiding gegeven tot het ontwikkelen van deze problemen?

En ten slotte de systeemgerichte benadering: deze ziet een probleem of stoornis als een signaal dat er een onevenwicht is in het systeem (het gezin). Er wordt niet gezocht naar oorzaken of “schuld”, maar wel wordt gezocht naar andere manieren om met problemen om te gaan. Zo worden gezinsleden bv. aangemoedigd om hun frustraties of problemen met elkaar te bespreken in plaats van het via probleemgedrag te uiten.

Welke richting te kiezen?

Dat hangt vooral van persoonlijke voorkeuren af. Uit onderzoek van Smith en Glass (1976) is gebleken dat alle richtingen ongeveer even goed werken. Algemeen wordt bij eetstoornissen trouwens aangenomen: 40% geneest, 40% verbetert sterk en 20% blijft ongeveer stabiel of verslechtert. Er is nog veel onduidelijkheid over wat de werkzame ingrediënten precies zijn of welke mensen tot welke groep zullen gaan behoren.

Vooral het persoonlijke contact tussen de therapeut en de cliënt lijkt belangrijk: een gevoel van vertrouwen en samenwerken zijn voorwaarden om een therapie te doen lukken. Dus of het “klikt” tussen jou en de behandelaar is eigenlijk het méést belangrijke element. Dit voel je doorgaans wel in de eerste 5 à 6 sessies. Mocht je het gevoel hebben dat je met deze persoon niet kan samenwerken, bespreek dit dan en ga op zoek naar een andere behandelaar.

Voor wie hierover meer wil lezen, is het boek van van Deth ‘In psychotherapie of niet?’ (2004) erg interessant. Dit boek is overzichtelijk en makkelijk geschreven. Het geeft meer informatie over het keuzeproces. Ga ik in therapie of niet? Welke therapieën zijn er allemaal en welke is voor mij het meest geschikt?

Samengesteld door Els Verheyen, voorzitter ANBN

(1) Vrije associatie is het proces waarbij je je gedachten de vrije loop laat en alles uitspreekt waaraan je denkt. Op die manier kunnen voor jou nog onbekende betekenissen en onbewuste motieven duidelijk worden. Pas als je er zicht op hebt, kan je er ook iets mee doen.

Bibliografie
Berzins, J. (1977). Therapist-patient matching. In A. Gurman & A. Razin (Eds.). Effective Psychotheapy: A Handbook of Research. Oxford: Pergamon Press. (zie o.a. Are expectations still relevant for psychotherapy process and outcome?)
Frank, J. (1979). The present status of outcome studies. Journal Consulting Clinical Psychology, 47, 310-316
Smith, M.L., Glass, G.V. & Miller, T.I. (1980). The benefits of psychotherapy. Baltimore: John Hopkins Press
. (Meer recent: Psychotherapy outcome: Smith and Glass’ conclusions stand up under scrutiny.)
Dobrescu en collega’s (2020). Anorexia nervosa: 30-year outcome. The British Journal of Psychiatry, 216, 97–104.
van Deth, R. (2004 ). In therapie of niet? Consumentengids voor psychotherapie. Bohn Stafleu van Loghum, 160 blz.