Person

"Verhaal van een man"

Als man met een eetstoornis voel ik mij een heuse rariteit, een geval apart. Ik wil graag mijn verhaal delen om dit taboe te doorbreken. Ik ben 35, heb 2 kinderen en leef sinds 10 jaar met een eetstoornis.


Ik werd in mijn jeugd jarenlang gepest omdat ik een magere jongen was. Tijdens de laatste twee jaren van de middelbare school escaleerde dit, dus besloot ik met school te stoppen. Na een tijdje leerde ik mijn ex-vrouw kennen en werd ik rustiger en gelukkig, zeker na het krijgen van twee schatten van kinderen. Maar de onzekerheid over mijn lichaam bleef knagen, zeker wanneer mijn ex-vrouw me wees op het feit dat ik mager was. Ik was hier zo door aangedaan, dat ik achter haar rug at, en at, en at… Ze had niets in de gaten van mijn eetstoornis.


Na een tijd stapelden de problemen zich op: mijn huwelijk ging de slechte kant op en liep uiteindelijk af, de zelf opgestarte zaak ging failliet, de schulden werden torenhoog, … Tijdens mijn opname in de psychiatrie kon ik niet rekenen op de steun van familie of vrienden, wat deze periode heel eenzaam en zwaar maakte.


En toch hield ik mij sterk voor de buitenwereld. Hoewel ik erg sociaal ben, bewaar ik graag een veilige afstand. Te hechte banden breek ik af, zodat ik niet gekwetst word. Wanneer ik toch iets dreig te ‘voelen’, eet ik dit weg in eetbuien waarvan niemand weet.


De graatmagere jongen van vroeger is nu te dik, en net wanneer ik therapiesessies het hardst nodig heb, heb ik hier geen geld voor vanwege mijn dure eetbuien… Opmerkingen over mijn gewicht kan ik niet verdragen, waardoor mijn eetgedrag weer uit de hand loopt. Het lijkt soms wel een straatje zonder eind...


Gelukkig heb ik nog mijn kinderen: op de dagen dat ze bij mij zijn, leef ik helemaal op. Ik kook lekker voor hen, eet alle maaltijden mee en bloei open. Maar wanneer ze in hun bed liggen, slaat de eenzaamheid toe en lonken de eetbuien.


Ondanks de tegenslagen ondernam ik een moedige zoektocht naar gepaste hulp – en liep knal tegen een muur. Hulpverleners beweerden niet vertrouwd genoeg te zijn met mijn problematiek, en ook in literatuur vond ik enkel verwijzingen naar vrouwen met een eetstoornis. Ook het contact met lotgenoten verliep allesbehalve soepel, doordat er een groot taboe rond de kwestie heerst. Op de fora voor mensen met een eetstoornis zijn maar bitter weinig mannen te vinden. Zulke bevindingen geven me nog meer het gevoel een rariteit te zijn, en het cliché versterkt zichzelf…


Vorig jaar in augustus kwam ik voor het eerst in het Inloophuis. Hier vond ik steun bij vrouwelijke lotgenoten. Sinds december heb ik een nieuwe, warme relatie. De vakantie komt eraan, en dan blijven mijn kinderen een lange tijd logeren: goede vooruitzichten dus!