Person

"Leven met een eetbuistoornis"

In de DSM-V, het psychiatrisch handboek met een beschrijving van psychiatrische stoornissen, is nu de Eetbuistoornis of Binge Eating Disorder opgenomen als eetstoornis. Mijn problemen worden dus erkend als iets apart en ze worden niet langer meer geklasseerd onder de noemer “Eetstoornis Niet Anders Omschreven (NAO)” of onder Obesitas. Oef, ik word eindelijk ernstig genomen... Hopelijk kan ik met mijn verhaal ook andere mensen helpen om zich ernstig genomen te voelen.




Mijn verhaal
Mijn puberteit en de daarop volgende jaren kenmerken zich vooral door het volgen van het ene dieet na het andere. Met wisselend succes en nooit met een blijvend resultaat. Elke keer opnieuw begin ik met een ongekende dosis motivatie en tal van kilo’s meer dan bij het vorige dieet.



12 jaar
Mijn allereerste dieet. Het Dr. Atkins dieet. Mijn vader is er een expert in. Terwijl ik met lange tanden spruiten, aardappelen en vlees eet, doet hij zich tegoed aan omeletten en gebakken spek. Zeg nu zelf, onbeperkt omeletten met spek kunnen eten, weliswaar zonder brood, maar toch… Mijn moeder is absoluut geen voorstander van dit dieet. Volgens haar is het slecht omwille van de cholesterol verhogende voedingsmiddelen die het dieet bevat. De relatie tussen mijn ouders loopt niet van een leien dak en onbewust spelen ze mij tegen elkaar uit. Kies ik voor het Dr. Atkins dieet, dan is dat een overwinning voor mijn vader. Neem ik het ‘calorieën tellen dieet’ dan gaat mijn moeder met de eer lopen. Het gaat dus in eerste instantie niet over mijn welzijn maar eerder om het gelijk willen krijgen. Een kwaliteit die mijn ouders ten volle uitbuiten. Met argusogen volgt mijn moeder ons dieet en ze vindt het niet meer dan haar plicht om steeds commentaar te geven op ons eetgedrag.

Het dieet ziet er op het eerste gezicht heel aantrekkelijk uit. Met veel plezier prop ik me vol met gehakt, worsten en spek met eieren. Maar oh… wat smacht ik enkele dagen later naar verse, malse witte boterhammen, die je zo zalig in het vet kan soppen en dan lekker opslurpen. Ik droom er soms van. Mijn vader, die al bijna in fase 3 van het dieet zit, mag zich nu tegoed doen aan smaakloze zoutarme Dr. Atkins ovenbroodjes. Maar ondanks de smaakloze pistolets, doe ik er toch alles voor om een stukje ervan te bemachtigen. De concurrentiestrijd is niet eerlijk. Wij strijden immers met ongelijke wapens. Hij zit al bijna in fase 3 en ik ben met fase 1 bezig. Als je dan ook nog weet dat mannen over het algemeen sneller vermageren in het begin, dan begrijp je wel hoe ik me voel. De ongelijkheid zorgt er voor dat ik in mijn kamer stiekem verboden voedsel inlas. Ik kan me nu niet meer voorstellen hoe ik toen stiekem intens kon genieten van één blokje witte chocolade met gepofte rijst.

Het enige wat ik echt leuk vind aan het dieet zijn de Ketosix, een soort van teststrips waarmee je kan meten of je lichaam in ‘ketose’ is. Het meten van de ketose vind ik spannend. Het is net zoals zwanger worden: je bent het of je bent het niet. Het is vooral een uitdaging om toch in ketose te blijven en verboden voedsel in te lassen. Als een paar dagen later de strip paars kleurt i.p.v. roze, gooi ik de handdoek in de ring. Mijn moeder blij en ik begin enkele weken later met volle moed aan het ‘calorieën tellen’. Uiteraard heb ik een caloriewijzer-boekje op mijn boekenplank maar ik gebruik het boekje vooral om ‘verantwoord’ te zondigen.



16 jaar
“Ik heb die van de tweede verdieping gezien met haar vriend. Die is nogal vermagerd hoor. Ik heb haar gevraagd wat ze gedaan heeft om zo te vermageren. Ze heeft vermageringspillen genomen. Ze ziet er heel goed uit zo,” vertelt mijn moeder me terloops in de keuken. Ik staar uit het raam en slik haar woorden in. ‘Veel vermagerd, er goed uitzien nu en een vriend hebben.’ Ik maak meteen de link: 1. Alléén als je slank bent, kun je een vriend krijgen. 2. Alléén als je slank bent, kun je er goed uitzien. 3. Alléén als je slank bent, kun je succesvol zijn 4. Alléén als je slank bent, ben je goed, word je aanvaard.

Verdrietig ga ik naar mijn kamer en ik open het ladenblok van mijn bureau. In de eerste schuif ligt een ongeopend pak 1kg Bami goreng, gisteren in reclame gekocht. Ik koop altijd ‘wegens overschreden vervaldatum’ producten want dat is goed genoeg voor mij. Meer ben ik niet waard. Ik prik enkele gaten in de verpakking en knip de folie verder open. Met een vork transporteer ik snel een hoop bami naar mijn mond, en nog een. Ik schrok de bami op, terwijl ik nauwlettend elk geluid observeer zodat ik niet betrapt kan worden met een mondvol bami.

Mijn slokdarm kan de hoeveelheid nauwelijks verwerken. Ik negeer de bami die tegen de slokdarmwand scheurt. Tussendoor neem ik enkele slokken cola light om de brij sneller door te spoelen. Mijn maag en buik kreunen onder het vreetgeweld. De verpakking moffel ik in een plastiek zakje weg, achteraan in de lade, daar waar ook de al leeggegeten beschimmelde potjes pudding hun weg hebben gevonden. Mijn moeder heeft immers eens een paar van die potjes in mijn vuilbak gevonden, dus moet ik het nu op veilig spelen.

Mijn vriendinnen hebben bijna allemaal al een vriendje. Zelfs mijn beste ‘dikke’ schoolvriendin heeft een vriend. Maar voor mij telt dat niet want die vriend is ook dik. Omdat ik niet wil onderdoen bij de schoolvriendinnen, raak ik bevriend met een paar buschauffeurs, bij wie ik op zon -en feestdagen of vrije namiddagen van begin tot eindhalte mee rijd. Omdat er veel jaloersheid tussen de buschauffeurs bestaat, is er een buschauffeur (net degene waar ik verliefd op ben) die me vertelt dat ik niet meer mag meerijden van begin- tot eindhalte. Of hij maakt me wijs dat zijn vrouw gaat meerijden en dus mag ik niet met hem praten. In dat geval rijd ik mee tot aan een ziekenhuis waar ik dan zogezegd iemand ga bezoeken en me dan in het cafetaria volprop met een lasagne of spaghetti of een coupe ijsroom (of beiden). Ik reken uit wanneer hij terug met de bus aan het ziekenhuis komt en dan rijd ik mee naar huis.



18 jaar
Ik doe nu ook vakantiewerk (huishoudhulp) bij een 72-jarige oude man maar enorm jong van geest. Ik voel me heel goed bij hem en denk vaak: ‘Was hij maar x jaren jonger, we zouden een leuk koppel zijn.’ Het gemis van een echte vriend vervang ik dus door de hechte vriendschap met hem. Wat eerst een zaterdagtaak is, verandert al snel in een weekendbezoek. Ik ga hem ook meer en meer op zondag gezelschap houden en breng dan een rijsttaart mee, die ik dan grotendeels zelf op eet.



27 jaar
In het Cultureel Centrum vind ik een foldertje: ‘Over–Eten’. Ik schrijf me in en beeld me een groep dikke mensen in. Helaas, het tegendeel is waar. Ik ben wéér de dikste. Bij alle workshops die ik al gevolgd heb, ben ik steeds de dikke (en dat ben ik meer dan beu). Ik voel me dus niet goed tussen al die slanke vrouwen. Echter, na een sessie of twee, ontdek ik dat ik dezelfde gevoelens deel (schaamte om wie ik ben, angstig, geen zelfvertrouwen en eigenwaarde). Alléén de manier waarop ik met mijn gevoelens omga - ze demp met eetbuien en niet ga braken nadien of overdreven sporten - maakt me anders dan hen. Na de laatste avond van de workshops ben ik rijp voor therapie. De begeleidster geeft me twee namen mee. Een therapeute die vroeger anorexia heeft gehad en een psychologe die het vanuit de ‘boeken’ kent.

Ik opteer voor de ervaringsdeskundige. Enkele sessies later benoemt ze mijn eetstoornis als Boulimia. Ik lees in een boek over eetstoornissen dat patiënten die lijden aan Boulimia, hun vreetbuien uitbraken en ik besluit me aan te passen aan het gedrag van een Boulimia-patiënte. In de Artsenkrant staat o.m. dat patiënten die braken veel water drinken om zo makkelijker te kunnen overgeven. Ik volg ook die instructies op. Ondanks dat vermager ik niet of nauwelijks. Na ruim anderhalf jaar overeten en braken, lees ik in een ander boek dat bij het braken er nog minstens 1/3de van het voedsel in de maag blijft zitten. Mede door de steun van een inmiddels andere therapeute, stop ik na zes maanden voorgoed met braken. De kilo’s echter, groeien gestaag aan. In therapie werken we vooral rond de nog verstikkende relatie met mijn moeder, mijn gebrek aan zelfvertrouwen en eigenwaarde, de situaties op het werk enz. Ook het gemis aan een vriend en schaamte over mijn lichaam komen aan bod.

Als ze hoort hoe ik me volprop met spaghetti Bolognese en ander junkfood, vindt ze het onverantwoord dat ik nog naar haar ga. Ze wil niet dat ik op weg naar haar praktijk flauw val wegens ‘ondervoeding’ omdat ik zelden of nooit fruit of groenten eet. Ze stelt voor om naar een diëtiste te gaan om terug gezond te leren eten. Ik bel naar het UZ en maak een afspraak met de hoofddiëtiste. Stap voor stap leer ik terug gezond eten, waarbij de focus in eerste instantie niet op vermageren ligt. De diëtiste luistert ook naar mijn problemen en zoekt samen met mij naar haalbare oplossingen.

Het worden bijna 9 jaren van wekelijkse of veertiendaagse gesprekken bij de therapeute, abrupt afgebroken door haar mededeling dat ze op het einde van het jaar met me gaat stoppen. Ze stelt voor om een opname te proberen, aangezien ik dat nog niet gedaan heb. Ik voel me immers depressief na de dood van een vriendin, haar afwijzing i.v.m. het derde jaar van de therapeutenopleiding, die ik om een onduidelijke ‘officiële’ reden voor mij ineens niet meer mag volgen en een nakende burn-out op het werk. Ik opteer voor een opname in UZ Gent.

Hoewel ik daar niet kan overeten of eetbuien ontwikkelen, vermager ik weer niet. De mededeling van de dokter: “Als je zo blijft verder doen, zal je wel vermageren op lange termijn”, kan me niet bekoren. Gefrustreerd ga ik na 3 maanden terug naar huis. Mijn eigenwaarde en zelfvertrouwen zijn wel wat opgekrikt, mijn lichaamsbeeld en geloof in mezelf niet. Een poosje daarna stijgt mijn gewicht behoorlijk en is de 100 kg niet veraf.



38 jaar
Een nieuwe therapeute én nieuwe thema’s om aan te werken. Volgens haar moet ik me meer tussen de grijze massa bewegen in plaats van me speciaal te voelen. In opname blijkt namelijk dat ik niet meer speciaal ben. Iedereen heeft daar immers een eetstoornis. Maar na de opname, zoek ik die ‘schijnveiligheid’ weer op. Door me ‘anders’ dan de anderen te voelen, kan ik mijn eigenwaarde zogezegd staande houden. Als na 2 jaren die therapeute het ook voor bekeken houdt en ze wil afbouwen, ga ik op zoek naar een gedragstherapeute, in de hoop zo meer controle te krijgen over mijn gedachten en gewicht. Maar ook hier gaan de gesprekken meer over wat zich voordoet op het werk en andere situaties, zoals de voorbereiding van mijn verhuis naar Mechelen.



40 jaar
Eens in Mechelen krijg ik via een lotgenote de tip dat er in Leuven een lichaamstherapeute werkt. Ik maak een afspraak en voor het eerst in al die jaren therapie ga ik aan de slag met de schaamte over mijn lichaam. Ik leer letterlijk ‘voelen’ wat ik voel als zij vb. mijn arm vastneemt. In het begin kan ik me alleen uitdrukken met visuele beelden in plaats van werkelijk te kunnen zeggen wat ik ervaar vb. ik voel je warme hand op mijn arm. Ongeveer twee jaren later durf ik een knuffel toelaten zonder angstig te zijn dat die persoon mijn vet gaat voelen of durf ik zelf om een knuffel vragen zonder ter plekke figuurlijk in een ijsblok of standbeeld te veranderen.



43 jaar
Via mijn beste vriendin, die als vrijwilliger bij ANBN werkt, krijg ik informatie over de dagtherapie voor mensen met obesitas en Binge Eating Disorder. Gedurende een jaar volg ik daar de dagtherapie op donderdag. Ik val hooguit 5 kg in dat jaar af. Op de vraag om van persoonlijke begeleidster te veranderen, wordt niet ingegaan. Ik heb een jonge begeleidster en daar klikt het niet zo mee en zo verdwijnt mijn motivatie zienderogen. De groep is leuk, maar vriendinnen worden we helaas niet.

Als de eerste zomerse zonnestralen door de bomen priemen voel ik me weer niet goed in mijn vel. Wil ik ooit nog een partner vinden, moet ik mijn angst voor intimiteit overwinnen. Schoorvoetend vraag ik aan mijn huisarts of ze een goede seksuoloog kent. Ze geeft me het adres van een vrouw uit Heist-op-den-Berg. De seksuologe ontdekt dat mijn angst voor intimiteit gelinkt is aan de schaamte over mijn lichaam en alweer mijn gebrek aan zelfvertrouwen. Ze stelt voor om multidisciplinair te werken. Zij, met de thema’s seksualiteit en lichaamsbeleving en met een coach rond het thema zelfvertrouwen.

Ik hap toe. De coach heeft in eerste instantie geen zicht op mijn eetprobleem en hoe het een wig drijft tussen mijn verlangens en resultaten boeken. Na verloop van tijd verdiept hij zich dan toch in mijn eetstoornis en beseft hij ook dat ‘gewoon wat minder eten’ geen soelaas brengt. Hij dwingt me om te stoppen bij de diëtiste, omdat ik meer opvolging nodig heb dan de maandelijkse gesprekken. Omdat hij een onstuwbare drang heeft naar het behalen van goede resultaten en die resultaten natuurlijk uitblijven, wordt hij kwaad en verwijt me allerlei dingen. Het coachingtraject stopt bruusk. Inmiddels heb ik wel mijn bijberoep als coach opgestart en al enkele succesvolle gesprekken gehad. Mijn zelfvertrouwen als coach heeft een flinke boost gekregen maar ondanks de kleine succesjes ondermijnt de eetstoornis nog steeds het geloof in mezelf.



44 jaar
Een nieuwe diëtiste, zeer bekend met eetstoornissen, zo hoor ik toch van anderen. Mijn gewicht gaat op en neer, afhankelijk van de emoties. Intussen weeg ik meer dan 100 kg. In de paasvakantie organiseert ze een ‘groeigroep’. Samen met een vriendin doe ik mee. Ik ben alweer de dikste in de rij, al zijn er nog 2 cliënten met wat overgewicht. Ik ervaar mijn angst om letterlijk gedragen te worden tijdens een groepsoefening. Ik besef dat ik mezelf niet meer kan omhoogtrekken bij de beklimming in een grot en de confrontatie is hard: ‘ik kan zo niet meer verder’. Ik ben dus zeer gemotiveerd om weer op dieet te gaan en 14 dagen later is er 2 kilo af. Ik ben blij en zal het volhouden, vast en zeker.



Bij de diëtiste
“Waarom zou je geen maagbandje laten plaatsen?” Een maagbandje? Ik geloof mijn oren niet. Net nu ik 2 kg ben afgevallen en zeer gemotiveerd ben om mijn zovèèlste afvalrace tot een goed einde te brengen. “Een cliënte heeft dat vorig jaar laten zetten en ze is nu dolgelukkig. Ze is meer dan 20 kg afgevallen” gaat de diëtiste onverstoorbaar verder. “Ik dacht er aan tijdens de groeigroep maar ik vond het toen niet het geschikte moment en ik besloot om het je voor te leggen bij de eerstvolgende sessie.”

Ik knik. Zuig de woorden als een spons op. Geschrokken zwijg ik. De innerlijke criticus botviert: “Zie je wel, je bent een hopeloos geval, als zèlfs de diëtiste niet meer in je gelooft. En daar sta je dan met je flauw excuus dat bij mensen met Binge Eating Disorder een maagbandje niet helpt.”

“Denk er maar eens over na,” stelt ze me voor. Thuisgekomen voel ik me zeer verontwaardigd, boos en verdrietig. Uiteraard demp ik die gevoelens met vreetvoer bestaande uit spaghetti, cake en pudding. De daaropvolgende dagen voel ik één en al twijfel, ben ik onrustig, wat zich weer vertaalt in oeverloos vettig en calorierijk voedsel.

Mijn twijfel bestaat uit allerlei factoren:
· enerzijds is er mijn loyaliteit aan de diëtiste wier professionaliteit ik ontken als ik niet op haar voorstel inga,
· anderzijds is er de niet-terugbetaling van de mutualiteit, aangezien ik nog geen BMI > 40 heb en niet tot de risicogroep met diabetes behoor
· Ook mijn trots: ’ik moet het zelf kunnen’, speelt me parten.



Na anderhalve week twijfelen vraag ik tenslotte een ‘second opinion’ aan mijn huisarts. Ze antwoordt formeel: “Nee!, je maagband gaat springen of lekken als je je steeds overeet. En dan nog niet te spreken over het vele braken dat gepaard gaat bij het overeten.” De boodschap is duidelijk: eerst werken aan de eetbuien. Na het oordeel van mijn huisarts, maak ik een afscheidsafspraak bij de diëtiste. Ik ben mijn vertrouwen in haar kwijt. Algauw vind ik een andere diëtiste bij wie een maagbandje of gastric bypass helemaal niet aan de orde is.



46 jaar
De dood van mijn vader, het ontslag drie weken later op mijn werk, een vriendin met Binge Eating Disorder, die toch een gastric bypass ondergaat en daardoor in een sneltempo 30 kg verliest, zorgen ervoor dat ik mezelf straf met vreetbuien. Het verlangen om snel te vermageren neemt de bovenhand en de drang naar een gastic bypass wordt groter. Dan kàn je immers niet veel meer eten.

Zij is er ronduit tegen. Niet zozeer omdat ze dan een patiënte kwijt is maar eerder omdat ze niet weet welke gevolgen zo’n ingreep op latere leeftijd heeft en haar geloof in mij dat het mij vroeg of laat toch zal lukken om duurzaam af te slanken. Toch ga ik nog eens advies inwinnen bij de huisarts die het voorstel meteen van de baan ruimt. “Je maakt je maag en slokdarm kapot door al dat overeten.” Nu kan ik het loslaten en weet ik dat ik moet blijven werken aan het uiten van mijn gevoelens in plaats van ze te verstoppen onder bergen calorierijk voedsel.

Enkele weken geleden heb ik ook terug de stap naar een psychologe gezet om mijn boycotgedrag eindelijk aan te pakken. In de sessies werken we nu vooral rond mijn ‘gevoel van waardeloosheid’ en het doorvoelen van mijn gevoelens. Ik kan wel vrijuit praten over mijn gevoelens op verstandelijk niveau, maar ze werkelijk doorvoelen is een ander paar mouwen.

Toch geef ik het niet op. Ik ben er vast van overtuigd dat ik mezelf ooit waardevol ga vinden en ik mezelf ook graag ga zien, wat wellicht het fundament is voor de volledige genezing van mijn eetstoornis.

Een mening over “Getuigenis “Eetbuistoornis”

  • 18 augustus 2016 op 08:42
    Permante link

    Hoe gaat het nu met je? Mijn verhaal lijkt me een stuk op het jouwe. In ieder geval, hoe gaat het met je?

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *