Person

"Boulimie na 17 lange en bange jaren kotsbeu"

Ik zal het nooit vergeten, die eerste keer braken... Ik zat in het laatste jaar middelbaar onderwijs. Het was een woensdagavond en dan aten we thuis altijd hetzelfde: gebakken aardappeltjes, sla en biefstuk. Na het avondeten ging ik naar boven, ik stak mijn vinger in mijn keel en liet alles er met een ongelooflijk gemak weer uit komen. Iemand van mijn leeftijd had me enkele dagen hiervoor losjesweg verteld dat - als je graag wilde afvallen en toch blijven eten - je gewoon je vinger in je mond kon steken. Deze woorden waren blijven hangen en het voelde die avond aan als een enorme opluchting. Voortaan zou ik eindelijk gewoon lekker kunnen eten en toch afvallen.


Die ene keer was voldoende om een lange, zware trein te laten vertrekken. Eentje die pas 17 jaar later tot stilstand zou komen. Het werd een lijdensweg met vreselijk veel pijn, afzien, liegen, schijn hooghouden, goede voornemens en schaamte.


Mijn eetproblemen waren een vluchtweg voor alle gevoelens die ik beleefde maar niet durfde toelaten. Ik ervaarde het braken vaak als een opluchting, als het letterlijk kunnen uitkotsen van mijn leven. Maar even vaak was het pure miserie, vooral wanneer het braken minder makkelijk ging. Dan had ik allerlei hulpmiddeltjes nodig, lagen mijn vingerknokels open, stond mijn slokdarm in brand, had ik buikkrampen, was het alleen nog maar afzien en smeken dat het eten er toch uit zou komen. Een ware paniek kon dan overheersen, want ik had zo veel gegeten dat ik er niet aan mocht denken dat ik die calorieën effectief zou opnemen. Ik voelde me al zo dik en dacht op die momenten meteen vijf kilo aan te komen…


De bange en lange jaren van eetproblemen gingen ook gepaard met een haast bodemloze hunkering naar een beetje liefde, erkenning en bevestiging. Het leek wel of die honger enkel gestild kon worden met heel veel voedsel. Als kind had ik al sterke voelsprieten ontwikkeld zodat ik voortdurend kon zien wat anderen van mij verwachtten. Vervolgens probeerde ik dit zo goed mogelijk in te lossen. Het feit dat ik zo gericht was op het voldoen aan verwachtingen van de buitenwereld maakte dat ik de verbinding met mijn eigen behoeften en noden compleet verloor. Ik dacht immers dat de verwachtingen van anderen ook mijn eigen wensen waren. Wanneer ik echter alleen op mijn kamer zat, overheerste het gebrek aan intimiteit en voelde ik me eenzaam. Zo werd eten mijn beste vriend, een troost, iets om mee bezig te zijn. Ik gaf het een heel verkeerde plaats, namelijk in de lavabo of het toilet… Maar het was ongelooflijk hoeveel complimenten ik kreeg wanneer ik was afgevallen, hoeveel mensen hun bewondering uitten…


Maar hoe ben ik er uiteindelijk van afgeraakt? Alleszins met veel vallen en opstaan. Ik heb heel lang het gevoel gehad dat het braken sterker was dan mezelf. Ik had het niet onder controle, het moest gewoon. Na elke eetbui nam ik mezelf voor dat dit echt wel de laatste keer moest zijn en besefte ik dat het zo niet verder kon. Het beheerste mijn leven en maakte me zo diep ongelukkig… Op een gegeven moment wisselden boulemische en anorectische perioden elkaar af waardoor het voor de buitenwereld duidelijker werd dat ik met een probleem zat.


Ik probeerde verschillende therapieën, waaronder een opname in een nachthospitaal terwijl ik studeerde. Achteraf bekeken ben ik hier erg fier op, want het was loodzwaar: elke avond na de les vertrok ik meteen naar de psychiatrie, terwijl mijn medestudenten uitgingen en plezier maakten. Mijn vriendinnen vroegen me telkens opnieuw waarom ik niet mee ging maar ik durfde niks te zeggen. Ik hield mijn probleem veel te lang verborgen voor de buitenwereld.


Na een tiental jaren was de boulimie niet meer zo acuut aanwezig: er konden weken, soms zelfs maanden verlopen zonder dat ik er nood aan had. Maar één ding wist ik zeker: ik kon elk moment in een nieuwe reeks vervallen. Daarna was het telkens weer afkicken, op de tanden bijten en vechten. Bijna elke zondagavond besliste ik: vanaf morgen niet meer. Het is werkelijk niet te tellen hoeveel maandagochtenden ik heb besloten het voortaan anders aan te pakken. Maar vaak was het diezelfde dag nog om zeep… Zo gooide ik weken, maanden, zelfs jaren van mijn leven weg.


Ondertussen leerde ik wel andere manieren om met teleurstelling of verdriet om te gaan, maar het lukte me nog steeds niet. Zo’n drie jaar geleden besloot ik echter het vreten definitief vaarwel te zeggen. Het moest gewoon, ik zou terug alleen gaan wonen met mijn dochtertje van achttien maanden. Ik wilde me goed kunnen voelen in mijn huis en haar niet op een slechte manier beïnvloeden. En dus pakte ik het keihard aan: ik vertelde meer en meer vrienden over mijn probleem en kon steeds bij hen terecht als de spanning toch opliep. Vanaf dan werd ook de dans een trouwe vriend van me: hier kon ik heel wat spanning in kwijt en kreeg ik het gevoel iets waard te zijn. Tot slot was het rechtstreeks aanspreken van mijn ouders een heel belangrijke stap. Op een avond vertelde ik hen uitgebreid hoe ik mijn jeugd had beleefd. Vanaf dan wist ik eens te meer dat ik het zelf zou moeten doen, dat het aan mij was om mijn eigen grond te verwerven.


Het verleden ligt nu achter me, maar de toekomst ligt nog open en die bepaal ik zelf. En mijn lichaam, tja, dat is wat het is. Ik wil voortaan genieten van het leven, lekker kunnen eten, niet meer opboksen tegen calorieën en de weegschaal. Voortaan telt mijn binnenkant!